Wat restte was een haasje

Willy, zesde van links, naast Frank Rijkaard

Willy, zesde van links, naast Frank Rijkaard

Willy veinst zelfvertrouwen, en richt zijn blik op iets, of niets. Het is 1981 en hij staat op het soppige veld van het Hardturm-stadion in Zurich. Negentig minuten later heeft hij zijn eerste en laatste interland gespeeld. Een wedstrijd waarin ook Wim Kieft, Frank Rijkaard en Ruud Gullit hun debuut maken. Ze verliezen allemaal. Maar Willy verliest meer dan hij toen had kunnen vermoeden.

Het verhaal van Willy Janssen is eigenlijk niet eens zijn verhaal. Het is het ongelukkige relaas van een talentvolle verdediger die speelbal werd in een vuil spelletje. Een machtsstrijd tussen haantjes aan de krijtlijn, die en passant een carrière in de knop aardig wisten te knakken. Wat restte was een kapotte knie, een haasje en een lege wissellijst. Want het shirt van die ene interland mocht hij niet eens houden.

De ster van Willy Janssen staat slechts anderhalf uur aan de hemel, maar hij kwam daar snel en onvoorzien. Kees Rijvers ziet het helemaal zitten in de jonge Willy. De trainer van PSV laat hem in 1976, op 16-jarige leeftijd, debuteren in het eerste elftal. Hij voltooit daarna braaf de jeugdopleiding om in 1979 als volwaardig selectielid aan te sluiten.

Stoelendans op valse noten

Willy JanssenMaar dan gaat het mis. Niet met Willy, maar met de mensen om hem heen. Rijvers moet wegens tegenvallende resultaten in 1980 het veld ruimen. En dat zit de oefenmeester niet lekker. Dat zit hem hoog. Officieel wordt zijn contract aan het einde van het seizoen ontbonden, maar hij houdt de eer aan zichzelf. Assistent Jan Rekers volgt hem op en Thijs Libregts neemt het in de zomer weer van hem over. Het is een stoelendans op valse noten.

Libregts ziet niets in Willy. De talentvolle verdediger kwijnt weg in het tweede elftal. Niets wijst erop dat zijn ster ooit eens zal schijnen. Totdat Rijvers, inmiddels bondscoach, besluit om zijn oude werkgever te kakken te zetten en de kunde van Libregts in twijfel te trekken. Zonder schroom selecteert hij zijn voormalige oogappel voor een vriendschappelijke interland. Vuisten dalen als mokerslagen neer op de eikenhouten tafels op de Herdgang. In kleedkamer 2 klinkt stilletjes gejuich…

Even koning tussen de sterren

En daar staat ie dan. De koning te rijk en de toekomst lacht hem toe. Tussen de sterren van ’88. Maar dat weet hij dan nog niet. Zoals hij ook niet weet dat amper twee jaar later zijn voetbalcarrière definitief voorbij is. Want Libregts stelt hem niet meer op, Rijvers is hem vergeten en zijn knie gaat kapot.

Het waren negentig fantastische minuten.

Een echte ster is Willy misschien nooit geworden, Pingel, maar hij stond toch maar mooi op dat Zwitserse veld op die vermaledijde avond. Dat neemt niemand hem af. Er zijn voetballers met minder talent die voor een nationaal team zijn uitgekomen. Er zijn zelfs voetballers die kiezen voor een ander land om die droom waar te maken. Over welke genaturaliseerde international gaan wij binnenkort lezen?

Advertenties

Het kan raar lopen

Voorpagina Volkskrant, 14 juli 2014

Kramer beste van de wereld

Kramer02

Rio de Janeiro – Michiel Kramer is na afloop van de finale tijdens de wereldkampioenschappen voetbal 2014 in Brazilië unaniem uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. De Rotterdammer werd ook topschutter van het toernooi met zes treffers. De verzamelde voetbaljournalisten verkozen Kramer boven de Argentijnse aanvoerder Lionel Messi, het Braziliaanse wonderkind Neymar, Cristiano Ronaldo (Por) en Mesut Özil (Dui). De vervanger van de falende en deels geblesseerde aanvalslinie van Oranje die tijdens het toernooi uitgroeide tot Redder des Vaderlands vatte zijn ongeloof kort samen: “Ik snap er ook niets van, dit is echt ongelofelijk. Ik ben nog nooit zo lang van huis geweest en dan gebeurt dít!” Oranje legde beslag op de derde plaats tijdens het WK na het winnen van de troostfinale van gastland Brazilië: 1-0, doelpunt Michiel Kramer. Argentinië won de wereldtitelstrijd in een vol Maracanã door Duitsland met 2-1 te verslaan. Meer in ons sportkatern >

Kramer groeit uit tot absolute ster

> Vervolg van pagina 1 Een jongensdroom uit een fantasievol jongensboek. Van een onbezorgd voetballeventje in de subtop van de Jupiler League uitgroeien tot de meest geliefde en bejubelde voetballer ter wereld. Een jongen die het in no-time schopt van een modale voetballer in het kille Krasstadion tot een wereldster in een kolkend Maracanã. Het overkwam Michiel Kramer.

FC Volendam - RBC Roosendaal

Kramer werd door Bondscoach Louis van Gaal slechts enkele maanden voor aanvang van het toernooi opgeroepen in een eerste voorselectie voor een serie oefenwedstrijden. Na het onverwachte vertrek van Graziano Pellè en Ronald Koeman naar Champions League winnaar Juventus, werd de aanvaller kort voor het sluiten van de transfermarkt voor aanvang van het seizoen 2013-2014 naar Rotterdam-Zuid gehaald. Hij dankte zijn uitverkiezing voor Oranje aan zijn uitstekende prestaties in dat seizoen. Mede dankzij de 17 treffers van Kramer behaalde Feyenoord de tweede landstitel op rij.

Het is dan slechts 14 maanden geleden dat Kramer met FC Volendam op een haar na promotie naar de Eredivisie misliep na een pijnlijke nederlaag in de play-off-finale tegen Roda JC. Vier seizoenen in het Krasstadion aan de Sportlaan zouden voor Kramer een niet meer dan logisch vervolg krijgen. Tot dat telefoontje van de kersverse trainer van Feyenoord, Marco van Basten. “Ik weet het nog goed. We deden na de training nog een potje ‘latje schieten’ om een bosje gerookte paling, toen Johan (assistent-trainer Johan Steur-red.) het veld kwam opgerend, zwaaiend met een telefoon. Het gesprek duurde niet lang, de deal was rond. Ik heb meteen de hele selectie getrakteerd op Volendammer vissoep in eetcafé ’t Havengat.”

De 26-jarige Michiel Kramer, als allerlaatste speler toegevoegd aan de Oranjeselectie voor het WK, begon in Brazilië uiteraard op de bank. Hij stond onderaan de pikorde. Van Persie, Robben, Huntelaar, Boëtius en Luuk de Jong moest hij voor zich dulden. Toch was het verrassend genoeg Kramer die de eerste invalbeurt kreeg tijdens het voor Oranje zeer stroef lopende openingsduel tegen Kroatië. De zwoegende Huntelaar werd verlost uit zijn lijden, Van Persie verhuisde naar de flank en Kramer scoorde met zijn eerste balcontact de enige treffer. Totale gekte barstte los in Nederland.

kramer03Gedurende het toernooi zou Kramer nog driemaal als matchwinnaar voor Oranje van het veld lopen en werd dus met zes doelpunten topscorer van het toernooi. Toch moet het meest onvergetelijke moment tijdens het toernooi voor Michiel de geboorte van zijn zoon zijn geweest. In het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam beviel zijn vriendin van hun eerste kind. Het nieuwe boegbeeld van Oranje kon er slechts kort van genieten. Een dag later stond Kramer, inmiddels een vast koppel vormend met Van Persie, in de kwartfinale tegen Uruguay in het Estádio Cícero Pompeu de Toledo in São Paolo. Ook nu weer was Kramer trefzeker en het Nederlands elftal won eenvoudig met 2-0. In de halve finale tegen het Argentinië van Lionel Messi moest de ploeg van Van Gaal het hoofd buigen na een bloedstollende penaltyserie. De wedstrijd was geëindigd in 1-1. Doelpunt van, hoe kan het ook anders, Kramer.

Wonderlijk nietwaar, Qnak?

890876566-salvatore-schillaci-3H09[1]Toch moet het ongeveer zo gegaan zijn met Salvatore Schillaci. Salvatore, letterlijk: de Verlosser, werd liefkozend Totò genoemd. Totò ontpopte zich onverwacht tot dé grote man van Italië tijdens het WK in 1990. Een Italiaans elftal met wereldsterren als Baggio, Vialli, Donadoni en Carnevale móest en zou wereldkampioen worden. Totò werd pas in de aanloop naar het toernooi door bondscoach Azeglio Vicini bij de selectie gehaald. Een volslagen verrassing. De Siciliaan Totò speelde net één jaar in de Serie A bij Juventus, dat hem tot ongeloof van heel voetbalminnend Italië, bij het nietige Messina uit de Serie B had weggehaald.

Na het toernooi ging het hard bergafwaarts met Totò. Het scoren lukte niet meer bij Juve en later ook niet bij Inter. Hij speelde nog een aantal jaren in de Japanse J-League bij Júbilo Iwata. Vier weken lang was Totò de held van een in extase verkerend Italiaanse voetbalgekkenhuis. De beste voetballer ter wereld! Voor even, als in een droom. Wonderen in de sport bestaan, met Totò als  levend bewijs. Of Michiel Kramer werkelijk in de voetsporen zal stappen van Salvatore Schillaci. Wie weet? Hij zal er wellicht van dromen. Als Marco en Louis Keinkeloel lezen, kan de droom voor Michiel zomaar werkelijkheid worden. Ik hoop het voor hem.

Qnak,

Het is raar gelopen met Salvatore en het is niet eens zo gek te bedenken dat ooit een speler als Michiel Kramer eenzelfde weg gaat bewandelen, want ook in Nederland zijn er genoeg voorbeelden van spelers, die van een middenmoter uit de eerste divisie binnen een jaar in de top van de eredivisie spelen en het Nederlands elftal halen. Oké, voor een écht Totò-verhaal moet je dan nog wel even topscorer worden op een WK. Ken jij nog een fantastisch verhaal van een speler, wiens ster zo snel is gerezen als die van Schillaci?

De terugkeer van Harvey (en die van Marc)

Het was lang geleden dat Marc zich zo had gevoeld. Gespannen. Zenuwachtig zelfs. Zijn vrouw was het dorp in. Misschien maar goed ook. Want hij had het nog niet durven vragen. En hij had het beloofd. Genoeg was genoeg. Maar het was weer gaan kriebelen, tijdens die afscheidswedstrijd van Japie. En nu zat hij rusteloos naast de telefoon.

Toen er eindelijk werd gebeld sprong zijn hart over. Net als toen, aan het eind van elk jaar, toen hij nog op de voetbalschool in Deventer zat.

‘Met Marc.’
‘Jaaa, Marc. Met Andries. Het bestuur is akkoord!’
‘Dus…’
‘Ja, je kunt weer voetballen. Mooi toch? Hahaaa! Morgen op de training?’
‘Mijn vrouw…’
‘Man, dit gaat mooi worden Marc. Iedereen heeft er zin in. Misschien promoveren we wel!’
‘Nou, zo hard zal…’
‘Ik moet hangen. Tot morgen hè!’

Marc staarde nog even naar de kiestoon van de telefoon. Daarna verscheen een grote lach op zijn dunne lippen. Hij haalde de hond aan en schreeuwde het uit van vreugde. De vogels in de Eper bossen vlogen verschrikt weg. Het was een veeg teken.

Marc OvermarsZo ongeveer moet het gegaan zijn Pingel. De comeback van Marc Overmars in het betaald voetbal. Bij Go Ahead Eagles, zijn oude liefde. Hij wou zo graag. Heel Deventer wou zo graag. Maar het werd eigenlijk een deceptie. 24 wedstrijden, 0 doelpunten, geen promotie en ongeveer 200 aanslagen op zijn ledematen.

Shampoofles

Een comeback is waardeloos. Over het algemeen genomen. Het is ook niet eerlijk. Je bent gestopt. Klaar. Je tijd is geweest, je plekje al ingevuld door een ander. Om dan weer terug te komen voelt alsof je je shampoofles bent vergeten na die laatste training. Plots zit je weer in de kleedkamer.

Of het nu geld is (Johan Cruijff!), of roem (Romario), of een poging om het zwarte gat te ontwijken (Paul Scholes?). De reden is altijd ongeldig. Als topsporter piek je één keer in je carrière. Misschien wel een paar jaar lang, maar toch echt maar één keer. Die gruwelijke onderschatting van de voortschrijdende tijd is af en toe stuitend.

Het begon met een klap

Een comeback, hoe succesvol ook, is niks voor mij. Behalve dan die van Harvey Esajas. Zijn carrière begon met een klap (en brak daarmee de kaak van zijn tegenstander) en verliep vervolgens trapsgewijs. Naar beneden. Feyenoord, Groningen, Cambuur, CD Móstoles. In 2001 vindt ook Harvey het mooi geweest. Hij werd mede-eigenaar van een Spaanse discotheek, begon een antiekzaak en werkte bij het circus. Oh ja. Hij woog plots 120 kilo.

esajas-milanHarvey is echter niet vergeten, niet door vriend Clarence Seedorf. In 2004 nodigt hij Harvey uit om naar Milaan te komen. Hij mag mee trainen op Milanello en de beroemde medisch staf ziet in hem een uitdaging. De kilo’s vliegen eraf en Harvey maakt een bevlogen indruk. Dat hij van een grap houdt zorgt ervoor dat zijn dikbetaalde trainingsmaatjes hem er graag bij hebben.

Vijf maanden later heeft Harvey een 1-jarig contract op zak. Bij AC Milan. In januari 2005 maakt hij zijn debuut (6 minuten) tijdens een bekerduel tegen Palermo. Aan het eind van het seizoen zit hij zelfs bij de selectie voor de (verloren) Champions League finale tegen Liverpool. Echt waar. Maar daarna neemt Harvey weer de trap. De bekende weg naar beneden. In 2006 stopt hij definitief. Hij weegt nu 90 kilo.

Harvey’s bekendheid vergaarde hij dus niet met zijn voeten, maar met zijn verhaal. Zijn piek duurde 6 minuten. En zo zijn er meer. Bijvoorbeeld de Google-spits. Of Al-Saadi al-Qadhafi (piek: 25 minuten). Pingel, ken jij nog meer helden van het gras waarbij niet talent maar toeval voor een loopbaan heeft gezorgd? Of een speler wiens ster al na één doelpunt, wedstrijd of toernooi was gedoofd?

Valsspelerij

Qnak,

Voetballers gebruiken niets. Bijna niets. Ze worden ook nooit gecontroleerd. Bijna nooit. Voetballers hebben het ook niet nodig. Doping heeft weinig effect bij een sport waarbij het verschil tussen winst en verlies wordt bepaald door techniek, tactiek, teamspirit, arbitrage en een flinke dosis geluk. Daar zijn geen pillen voor. Oké, Je kunt met medicatie de spierkracht en het uithoudingsvermogen vergroten, maar alleen daarmee wordt je geen kampioen. Een andere reden waarom voetballers geen intraveneuze injecties met stimulerende middelen nodig hebben, is dat hun bloed al is doordrenkt met valsspelerij. Ik ken geen andere sport waarin het besodemieteren zo’n groot en alom geaccepteerd onderdeel is geworden van de sport.

robben schwalbeEen voetballer valt na elk licht contact als een van achteren neergeschoten cowboy in een goedkope spaghettiwestern. Heel gewoon, vinden we met z’n allen. Commentatoren, analytici en de arbitrage voorop. Gaat een voetballer niet theatraal naar de grond, zegt de analyticus: “als ie gaat liggen, legt ie ‘m op de stip.” Ooit een wielercommentator horen zeggen: “als ie vanochtend een flinke spuit had gezet, had ie de sprint met gemak gewonnen.”? Een schop, een duw, een stevige tackle, elkaar vasthouden. Mooi, daar is voetbal een contactsport voor. De theaterstukjes echter, die elke wedstrijd worden opgevoerd om het spel te beïnvloeden, zijn al even lachwekkend als de dopinggevalletjes zelf. En daar had je naar gevraagd Qnak, maar ik moest het even kwijt.

Nou, de dopinggevallen in de voetballerij zijn werkelijk om je te bescheuren! Gunter de Grever zal er anders over denken, al kan de Aalscholver het ons niet meer navertellen. Voetballers lopen tegen de lamp, niet omdat er een foutje wordt gemaakt in een, door een team van artsen, tot in de kleinste details geregisseerd dopingprogramma. Nee, ze worden gepakt omdat ze óf geen benul hebben dat ze iets hebben genomen, óf omdat ze bewust iets nemen, waar ze eigenlijk geen sodemieter aan hebben.

Jaap Stam, AC MilanFrank de Boer, Edgar Davids en Jaap Stam werden ooit gepakt voor het gebruik van Nandrolon. Nandrolon heeft een licht effect op de masculiene eigenschappen. Frank de Boer kon wel wat extra mannelijkheid gebruiken. Hij heeft daar iets obsessiefs mee. Jaap Stam gebruikte het omdat hij kennelijk ergens had gelezen (jaja) dat het wel eens een positief effect zou kunnen hebben op de haargroei. Bij Edgar Davids had het agressie-verhogende middel enkel een positief effect op zijn toch al in hoge mate aanwezige negatieve masculiene kenmerken. De stoppen sloegen bij hem zo nu en dan volledig door.

purrel frankelProfvoetballers worden nogal eens betrapt op het gebruik van cannabis. Een goed gebruik in het café- en amateurvoetbal. Vreemd dat het überhaupt op de dopinglijst staat, want je gaat er echt niet beter van voetballen al vind je zelf, na het roken van een pretsigaret, dat jouw onnavolgbare acties niet zouden misstaan in een vol Bernabéu. De UEFA oordeelde dat de resten van de cannabis in de plas van Ebi Smolarek niet afkomstig waren van de spacecake die Ebi gegeten had. Nee, reformrepen met een stimulerend plantenextract (what’s the difference?) waren de oorzaak van zijn positieve plas. Purrel Fränkel werd ook betrapt na het roken van een jointje. Zijn reactie na het gelaten accepteren van de straf: “Huh, ik wist niet dat het niet mocht?” Purrel genoot van zijn vrije weekenden, voetbalde en rookte lekker verder en kan er gelukkig nog steeds om lachen.

diego maradonaEr heerst in de voetbalwereld ook een sterke overtuiging dat een paar kilootjes minder de prestaties bevordert. Volstrekt waar volgens mij, maar…  De Ivoriaan Kolo Touré mocht zes maanden niet voetballen na het snoepen van dieetpillen van zijn vrouw. Adrian Mutu werd, nadat hij al meerdere keren geschorst was voor het gebruik van cocaïne, gepakt op het gebruik van het laxeermiddel sibutramine. Sibutramine wordt in de medische wereld voorgeschreven aan ernstige obesitas-gevallen. Ook Diego Maradona geloofde sterk in afslankmiddelen. Hij gebruikte naast zijn dagelijkse portie cocaïne, efedrine voor een extra adrenaline-boost. Pluisje kende ongetwijfeld ook de vet verbrandende kwaliteiten van het middel en gebruikte het in grote hoeveelheden.

Mitchell Piqué kreeg een schorsing aan zijn broek na het drinken van een Surinaams wonderdrankje. De exacte samenstelling van het gepeperde tomatensapje, een veelgebruikt anti-katermiddel in de Surinaamse gemeenschap, is nooit bekend gemaakt. Twee Paraguyaanse spelers  Jorge Valdez en Derlis Gomez waren aan het backpacken door het Andes-gebergte. Tijdens hun culturele trip werden ze door de bewoners van de bergdorpjes veelvuldig getrakteerd op een kopje thee. Het drinken van de thee, getrokken van cocabladeren is een eeuwenoud Inka-gebruik om het leven in de ijle lucht te verlichten. Én legaal bovendien in de Andes, maar bij hun terugkomst in Paraguay kwamen ze niet door de dopingtest en konden ook zij een half jaar aan de kant zitten.

houthakkerOf ik mij zelf ooit schuldig heb gemaakt aan dopingpraktijken? Behalve wat druivensuiker, bananen en sloten koffie, die ik bewust nam voor een wedstrijd, dat wel, heb ik me nooit schuldig gemaakt. Al stond cafeïne tot 2004 gewoon nog op de dopinglijst. Eén keer heb ik de verleiding kunnen weerstaan, toen een mysterieus pilletje de kleedkamer rondging. Jaren geleden kwam een medespeler, die toch al niet vies was van experimenteren op medisch vlak, op de proppen met een middel dat ons absoluut aan een overwinning zou gaan helpen. Het werd gebruikt door Canadese houthakkers. Volgens onze robuuste voorstopper stonden de houthakkers in hun geblokte hemden dagenlang met grote kettingzagen op de steile hellingen van de Rocky Mountains het zwaarste beroep ter wereld uit te oefenen. “Dat moet dus wel goed spul zijn”, aldus mijn teammaat wiens naam ik hier niet zal noemen. Hoeveel spelers het pilletje vóór de wedstrijd geslikt hebben weet ik niet. Schuimbekkende spelers, zoals in Bari bij Inter Milaan – FC Groningen in 1983, heb ik die wedstrijd niet gezien.

Je vraagt of ik een smoes paraat heb, voor het geval dat ik betrapt zou worden. Gelukkig hoef ik me niet meer druk over te maken over het vlees van gedrogeerde duiven, een verkeerd gedoseerde verdovingsspuit bij de tandarts, een verhoogd testosteron in mijn bloed vanwege het gebruik van seksueel opwindende zalfjes of de ampullen in mijn overladen koelkast, die eigenlijk bestemd zijn voor mijn zieke hond. Want na bijna 40 jaar actief gevoetbald te hebben, heb ik nu toch echt definitief de schoenen in de wilgen gehangen. Ik had drie jaar geleden al een mooi officieel afscheid gekregen in de vorm van een fles beerenburg, maar het al dan niet vervuilde bloed kroop waar het niet gaan kon. Een drietal optredens in het 45+team van Grolse Boys en mijn lichaam zei definitief: “Stop! Kappen nu!”

Terugkomen na te zijn gestopt, spijt hebben van je afscheid. Enorme successtory’s en totale mislukkingen zijn er in tal van sporten geweest. In het voetbal schiet me niet zo gauw één te binnen. Oké, Cruijff is natuurlijk een uitzondering, al begon hij vrijwel direct na zijn afscheid weer, maar hij kwam na een Amerikaans avontuur grandioos terug. Wat voetballers wel doen is terugkomen op het ouwe nest. Na een pracht carrière wegkwijnen bij de club waar ze groot zijn geworden (zien we dat nu ook weer niet in Eindhoven gebeuren?). Ken je in het voetbal nog een schitterende comeback, een pijnlijke afgang na een terugkeer of een ander mooi verhaal rond een het einde van een loopbaan?

Pingel

De Kuifaalscholver uit Kuttekoven

Gunter de Grever kwam op de wereld in Kuttekoven, een belachelijk klein dorpje in Belgisch Limburg. Geruchten gaan dat Gunter, die opgroeide in de schaduw van Kasteel de Klee, een verre nazaat is van de graaf van Loon. Dat zou kunnen verklaren waarom de rotte appel steevast de hand boven het hoofd werd gehouden.

Want Gunter was geen lief kind, geen leuk jong en zeker geen aimabele man. Maar voetballen kon hij wel. Dat deed hij niet in Kuttekoven, want de inwoners daar waren bijzonder zuinig op het gebied van voortplanting. Meer dan 170 inwoners hebben er nooit gewoond. De voetbalcarrière van De Grever, getooid met een karakteristieke, branievolle kuif, begon daarom in het nabijgelegen Hoepertingen.

Het bacchanaal duurde drie dagen, tot tevredenheid van 't Bruin Kafeeke.Bij Hand in Hand liet de talentvolle spits een spoor van ellende achter. Het was geen toeval dat na een handvol incidenten en een deurwijzing de clubkas van Hand in Hand plots leeg bleek te zijn. En dat Gunter drie nachten heeft gefeest in ’t Bruin Kafeeke in Borgloon waar geen vragen werden gesteld naar zijn plotselinge weelde.

Na een korte periode in de luwte duikt Gunter weer op. Wellense SK lijft de gracieuze en opportunistische aanvaller in. Het wordt een gelukkig huwelijk dat resulteert in een kampioenschap in 1985/1986. Gunter is de gevierde man. De supporters smullen van zijn charisma, bluf en ondeugd. Gunter is cult en wordt op handen gedragen.

Zijn buitenproportioneel gespitste neus is niet alleen goed voor goals. Gunter ruikt kansjes, ook buiten het veld. Het terrein aan de Houtstraat (de Zavel) wordt bijkans leeggeroofd. Vingers wijzen, maar monden zwijgen. Gunter heeft Wellense SK immers kampioen gemaakt!

Wellen en omstreken ligt aan zijn getalenteerde voeten. Maar Gunter is geen man die deelt. Als een Lance Armstrong dwingt hij teamgenoten te dansen naar zijn pijpen. Wanneer trouwe rechtermiddenvelder Briek Lambrechts met een camion vol anabolen wordt gepakt bij de Nederlandse grens, zwijgt het bestuur en verdwijnt Gunter uit Wellen. Mét een bijnaam.

Als twee druppel water.

De Kuifaalscholver uit Kuttekoven. Altijd loerend op brandstof voor zijn ego. Azend op visjes. Zijn vastberadenheid en zijn niet aflatende honger maken hem gewiekst. De Limburgers spreken kwaad achter zijn rug, maar staan op de banken als hij scoort. Daarom krijgt nog een kans. Bij Heers VV negeren ze de waarheid, enkel om onrealistische ambities waar te kunnen maken.

Zijn prestaties zijn enigszins flets in Heers en zijn uitspattingen beperken zich tot een incidentele vechtpartij in café Vansimsen. Hij lijkt rust te hebben gevonden aan de zijde van Veerle, een schone madam uit Veulen. Zijn sobere, effectieve manier van spelen trekt echter de aandacht van Sint-Truiden, een eersteklasser in die tijd. Maar dan gaat de Kuifaalscholver nog één keer in de fout.

De voorzitter maakte er niet eens zo’n probleem van. Zijn vrouw had wel vaker in een ander bed gelegen. Maar zijn zoon Benoit, linksback in het elftal, kon het niet verkroppen. Tijdens een weinig verheffend rondootje op de training wist Benoit het rechterbeen van de Kuifaalscholver uit Kuttekoven net onder de knie af te zagen. Gunter heeft nooit meer gevoetbald. Hij verloor zijn been én Veerle, verdween in het nachtleven van Tongeren en werd levenloos gevonden in een Haspengouwse wijngaard…

***

Het is jammer Pingel, dat Gunter nooit heeft bestaan. Want het is een mooi verhaal. Een mooie bijnaam (zoals de Tovenaar van Tatabánya, El Jardinero of Bello di Notte) is mij niet genoeg. Een verhaal wil ik horen.

En Qnak dan? Spijtig genoeg kan ik het niet interessanter maken dan het is. Dus onwetendheid geeft mijn bijnaam nog een klein beetje glans. Verwacht geen onthulling, maar als je ergens Jipsloop met Knakworst kan verbinden, dan ben je op de goede weg.

Dat Gunter zich te goed zou doen aan prestatiebevorderende middelen had ik ook niet verwacht Pingel. Maar er zijn meer voetballers die uit de dopingpot hebben gesnoept. Stille gevallen, milde straffen. Welke staat jou het meest bij? En verzin dan gelijk een mooie smoes die je zelf zou gebruiken bij een positieve plas!

Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen of personen berust op louter toeval. Het bovenstaande verhaal is compleet verzonnen. Behalve dan dat Wellense SK echt kampioen is geworden in ’86.

Der Kaiser van Amsterdam

Qnak,

Hoe triest jouw voetbalafscheid ook was, moest ik erg lachen om je brief. Vooral het moment dat je in de auto zat met die hond. Als het de hond is, die ik denk dat het is, heb ik met terugwerkende kracht echt met je te doen. Het kan geen pretje zijn met een gebroken been opeengepakt in een klein autootje de achterbank te moeten delen met een hond die groter is dan jijzelf…

Het antwoord op de prijsvraag was A. Twee inzenders met het juiste antwoord, een goede score lijkt me. Was de vraag te makkelijk of hebben lezers inzage gehad in jouw medisch dossier? In ieder geval kunnen beide heren een biertje bij me komen halen in de kantine.

Pellé, Mason, Martel, Sanchez TorresJe vraagt naar fantastische of opmerkelijke voetballers uit de grote Europese voetballanden die in de Mickey Mouse competitie gespeeld hebben. Ik kan het natuurlijk gaan hebben over Graziano Pellé. Mooie jongen, goeie kop, leuke balbehandeling, maar potten breken is hem in zijn jaren bij AZ en tot nu toe bij Feyenoord nog niet gelukt. Of over Paul Mason (mooie naam!), een Engelse bouwvakker die uit een café-elftal werd geplukt om vier seizoenen lang de publiekslieveling te zijn in het Oosterpark in Groningen. Wat dacht je van de Fransman Didier Martel? Zijn geniale ingevingen werden in Utrecht en Arnhem niet begrepen. Zijn Franse slag werd hem niet in dank afgenomen en Didier vertrok met stille trom om in Nîmes als kroegbaas aan de slag te gaan. De besnorde Catalaan Manuel Sanchez Torres had een mooie carrière in de eredivisie. De snelle dribbelaar van FC Twente was een ster in het Diekman-stadion waar hij met zijn Spaanse temperament een ware plaag was voor elke verdediging. Na een korte flirt met Real Madrid degradeerde hij uit de Primera Division met Valencia. Hij heeft nog een jaartje aangelummeld in de Segunda Division, maar keerde terug naar Nederland, waar hij geruisloos via Roda JC, NEC en Heracles zijn loopbaan afbouwde om zich later in te zetten voor lichamelijk gehandicapte kinderen.

Vier Spelers uit vier grote Europese voetballanden. Opmerkelijk, maar niet fantastisch. Wie dat wel was? De Duitser Horst Blankenburg! Blankenburg won met het grote Ajax drie Europa Cups 1, twee Europese Supercups, 1 Wereldbeker, twee landskampioenschappen en drie KNVB-bekers. Mijn liefde voor het voetbal is in die tijd ontstaan. Op woensdagavond in de pyjama aan de radio gekluisterd naar het overenthousiaste commentaar van Theo Koomen luisteren. Europees voetbal werd alleen op woensdag gespeeld en een wedstrijd op de TV was een zeldzaamheid. Op straat was ik de volgende dag zelf Cruijf, Keizer, Neeskens óf Blankenburg.

Horst BlankenburgBlankenburg was één van de beste libero’s ter wereld. Hard als steen als het op verdedigen aankwam, snel en behendig als hij het middenveld opstoof. Hij was gezegend met een prachtige pass waarmee hij de spitsen op maat bediende. Gek genoeg speelde hij nooit voor die Mannschaft. Duitsland beschikte over Franz Beckenbauer, de beste libero ooit. Kaiser Franz’ positie was onomstreden, maar de ware reden van de cap-loze carrière van Blankenburg was dat de Duitse Bundestrainer Helmut Schön  spelers meed, die niet in de Bundesliga actief waren. Dat Horst tegenover Duitse journalisten met Amsterdamse recht-voor-zijn-raap-taalgebruik te kennen gaf wat hij van de Bundestrainer vond, zal ook zeker niet hebben bijgedragen aan zijn kans op een interlandcarrière.

Cruijff had hem die wel geboden. Hij wilde Blankenburg overhalen voor Oranje uit te komen op het WK van 74. Horst werd geen Nederlander, hoopte tegen beter weten in toch nog voor Duitsland uit te kunnen komen. Jammer, heel erg jammer, want met Blankenburg waren we er wellicht niet ingetuind… 

Der Kaiser van Amsterdam vertrok na vijf seizoenen, won en passant nog een Europacuppie met HSV, maar voelde zich in zijn vaderland niet zo thuis als bij Ajax. Zijn mooiste moment bij Ajax was niet het winnen van één van de vele prijzen, maar: “de eerste keer dat ik Johan Cruijff zag voetballen. Ik dacht: dat kan niet.”

Ik heb thuis nog een aantal albums met voetbalplaatjes uit die periode. In één van die albums staat het plaatje van Blankenburg naast dat van Cruijff. Grappig om te zien dat de makers van dat album Blankenburg ook zagen als Nederlander: H. Blankenberg.

uit: Voetbalsterren Eredivisie 1971/1972

Bij het Ajax uit die jaren speelde nog een speler die geboren was in Duitsland: keeper Heinz Stuy. Wel een Nederlander trouwens. Hij had de bijnaam “Heinz kroket” omdat hij nog al eens een bal ving alsof het een hete kroket was. Zijn opvolger Piet Schrijvers had een hele reeks bijnamen, waarvan de Beer van de Meer het meest recht deed aan zijn imposante verschijning, die spitsen uit die tijd veel angst inboezemde. Bijnamen, Qnak. horen bij het voetbal. Jij kent vast nog wel bijzondere bijnamen uit het voetbal en uiteraard ben ik heel benieuwd naar de verhalen achter die bijnamen. En, uuh, waar komt Qnak eigenlijk vandaan?

Pingel

Hoe Qnak zijn been brak (met prijsvraag!)

Beste Pingel. Het is een tijdje geleden, maar ik ben het niet vergeten. Alvorens ‘het verhaal van het gebroken been’ te vertellen, moet mij toch wat van het hart: Voeckler is vur-schrik-kul-luk. Echter, zoals Johnny Hoogerland ooit zei: ‘Het is een eikel, maar fietsen kan ie wel.’

Killing fieldTerug naar het voetbal en het persoonlijke einde daarvan. Ik vond mijn Waterloo op veld 8 van sportpark Villekamp in Aalten. Hoe treurig. Je rechterbeen te zien sneuvelen op een voetbalcomplex met zo’n bedroevende naam… Maar het is niet anders.

Eigenlijk stelt dit verhaal ook niet zoveel voor. Knollenveld, sprintje a deux, schouderduwtje, kuiltje, je been overstrekken en dat was het. Meer was niet nodig om mijzelf een tibia plateau fractuur toe te brengen. Een breuk in de kop van het scheenbeen. Met drie schroeven is het verholpen, maar het kraakbeen is kapot en mijn kniebanden zijn er nog altijd chagrijnig over.

Het echte verhaal begon feitelijk pas toen ik in het gras lag. De tegenstander schreeuwde moord en brand (terwijl ik opmerkelijk de rust zelve was) en repte over aanstellerij en onsportief gedrag. Ook een teamgenoot – een robuuste, ervaren spits wiens bijnaam eindigde op K – vond dat ik wel wat sneller op kon staan.

Zo heroïsch was het dus; geruisloos je been breken en daarbij tot ieders irritatie de wedstrijd vervelend onderbreken. Waar was die keeper met dat gestrekte been? Of die lompe linksback met schuim rond zijn mond? Had het niet een Bouaouzannetje kunnen zijn? Niks van dat alles. Ik ging als een stervende zwaan neer, door domme pech (schouderduw+kuiltje) en fysieke malheur (zwakke knie).

Prijsvraag!

Prijsvraag! Welke breuk had Qnak? Geef een reactie op dit artikel met de juiste letter en wellicht wint u een KeinKeloel-sticker! (Of een biertje. Af te halen bij Pingel.) Een onafhankelijke jury wijst één winnaar aan.

Had ik al verteld dat we speelden op veld 8? Op zo’n kilometer van de bewoonde wereld, achter een kolkende beek? Het was inmiddels half 5 in de middag, de brancard lag veilig achter slot en grendel en het sportpark was nagenoeg uitgestorven op, pak ‘m beet, 25  voetballers na. Die nou niet bepaald zaten te springen om een kreupele op weg te helpen. Want ook op dat niveau is voetbal de belangrijkste randzaak van het leven.

Gelukkig waren daar de Keun* en Debby*. Steun en toeverlaat in barre tijden. De Keun loodste mij langs de waterkant, door het metershoge riet, met gevaar voor eigen leven, naar de openbare weg. Daar kwam ik even op adem en wachtte ik op die andere reddende engel.

Zij verscheen voor mij, in een kleine, zwarte auto, met een achterbank vol honden. Debby. Waar was ik zonder haar? De Keun en ik stapten in de auto, zagen de ruiten beslaan en zwegen de rest van de reis naar Winterswijk. De honden zwegen ook. Er was niet veel te zeggen.

Terwijl de ruitenwissers piepend hemeltranen te lijf gingen, keek ik bedroefd in het gelaat van een natte hond. Het besef dat ik zojuist een matige voetbalcarrière op Villepark had achtergelaten kwam hard aan. Maar er was berusting. Gevoed door een lik van een riekende hondentong in mijn gezicht…

(Bovenstaande feiten zijn in de loop der jaren schromelijk overgeromantiseerd. Waarschijnlijk was er maar 1 hond en het regende ook al niet. Er volgde trouwens nog een heel avontuur in het ziekenhuis. Maar dat kan ook niet anders met zo’n CliniKeun aan je zijde. Leuk verhaal voor in de kroeg.)

* Dank. Duizendmaal dank!

Die Bouaouzan speelt inmiddels in de Zweedse competitie. Nou is dat op zich niet vreemd; er zijn meer Nederlanders die voor een pak knäckebröds hebben gevoetbald. Maar het blijft een speler uit een grotere competitie die naar een kleinere is gegaan (hoewel FC Twente er alles aan deed om onlangs het tegendeel te bewijzen). Pingel, kun jij een voorbeeld geven van een fantastische of opmerkelijke Italiaan/Spanjaard/Engelsman/Duitser/Fransman in onze eigen Mickey Mouse competitie?